Plichten als duale werkplek

Door het ondertekenen van een overeenkomst met een lerende engageert de onderneming zich om aan volgende plichten te voldoen:

  1. verbindt zich ertoe de leerling competenties van de opleiding op een werkplek aan te leren overeenkomstig de decreet- of regelgeving die op de invulling van de opleiding in kwestie van toepassing is;
  2. verbindt zich ertoe de professionalisering van de mentor te bevorderen;
  3. bezorgt een exemplaar van de overeenkomst van alternerende opleiding aan het Vlaams Partnerschap Duaal Leren;
  4. betaalt aan de leerling een leervergoeding conform artikel 17, § 1;
  5. zorgt ervoor dat de leerling de lessen kan volgen die noodzakelijk zijn voor zijn opleiding, en dat de leerling aan de activiteiten kan deelnemen die gelijkgesteld zijn met lessen;
  6. waakt over het verloop van het opleidingstraject, volgt de vorderingen van de leerling op en is betrokken bij de evaluatie van de leerling;
  7. geeft aan de trajectbegeleider alle nodige informatie over het verloop van de opleiding en de vorderingen van de leerling;
  8. verbindt zich ertoe de vigerende wetgeving op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens na te leven;
  9. waakt erover dat de mentor die uit hoofde van zijn opdracht toegang heeft tot persoonsgegevens van leerlingen, deze enkel zal aanwenden met betrekking tot de correcte uitvoering van de overeenkomst van alternerende opleiding en zowel tijdens de duur van de overeenkomst als na de beëindiging ervan geen enkele vertrouwelijke informatie met betrekking tot de leerling op welke wijze dan ook zal bekendmaken aan derden;
  10. zorgt er als een goed huisvader voor dat de opleiding op de werkplek plaatsvindt in omstandigheden die voldoen aan de vereisten van de wetgeving over welzijn op het werk;
  11. stelt aan de leerling de nodige hulp, gereedschappen, grondstoffen, werkkledij, collectieve en persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking en staat in voor het onderhoud ervan zonder dat dat beschouwd mag worden als een voordeel in natura;
  12. besteedt de nodige aandacht aan het onthaal, de opvang en de integratie van de leerling op de werkplek;
  13. zorgt te allen tijde voor een aanspreekpunt voor de jongere;
  14. laat de leerling geen taken verrichten die niets te maken hebben met het opleidingsplan, die gevaarlijk of schadelijk kunnen zijn of die krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen verboden zijn;
  15. meldt elke wijziging van de beroepsactiviteit of de uitbatingszetel, die gevolgen heeft voor de opleiding van de leerling, binnen tien dagen aan de trajectbegeleider;
  16. legt de problemen die rijzen tijdens de uitvoering van de overeenkomst van alternerende opleiding onmiddellijk voor aan de trajectbegeleider.