Geschiedenis

1991: het Vlaams Instituut voor het Zelfstandig Ondernemen (VIZO)

Iets meer dan 20 jaar geleden werd, bij decreet van 23 januari 1991, het Vlaams Instituut voor het Zelfstandig Ondernemen opgericht als onderdeel van een geïntegreerd kmo-beleid en om de 'middenstandsvorming' een stevige juridische basis en een aangepast structuur te geven.

De oprichting van het VIZO was in hoofdzaak ingegeven door het toegenomen belang van de kleine en middelgrote ondernemingen als motor voor het toenmalige economisch herstel, het belang van het stimuleren van het ondernemerschap en het benadrukken van het belang van de vorming en de opleiding om de nieuwe technologische en bedrijfseconomische evoluties te kunnen volgen en te doen implementeren door het Vlaamse ondernemingswezen. Deze evolutie weerspiegelde zich in een zeer sterke stijging van de vraag naar nieuwe en/of bijkomende of voortgezette opleidingsprogramma's, programma's inzake de ondernemersopleiding, vervolmaking en bijscholing. Een sterke groei van de vraag naar dit soort opleidingen had in de betreffende periode tevens geleid tot een sterke stijging van het overheidsbudget dat ter beschikking werd gesteld van de opleidingen voor zelfstandigen en kmo's, wat mede de oprichting van het VIZO rechtvaardigde.

In die periode was als gevolg van de staatshervorming van 1988 bovendien de middenstandsopleiding, als gemeenschapsmaterie, naar het Vlaamse bevoegdheidsniveau overgeheveld, samen met een aantal bevoegdheden inzake de kunstambachten en de begeleiding van ondernemers.

2006: het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - SYNTRA Vlaanderen, erfgenaam van het VIZO

Het VIZO was een huis met vele kamers. Tengevolge van de reorganisatie van de Vlaamse overheid, ook Beter Bestuurlijk Beleid genoemd, kwamen die kamers in 2006 in andere huizen terecht. Vorming en opleiding gingen naar het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - SYNTRA Vlaanderen. Bedrijfsadvies en Design Vlaanderen kwamen samen met de adviesdiensten van de Gewestelijke Ontwikkelings-maatschappijen bij het Vlaams Agentschap Ondernemen (VLAO) terecht.

2008: Eerste beheersovereenkomst 2008-2010: SYNTRA Vlaanderen als draaischijf voor meer en beter ondernemen.

Als uitgangspunt bij deze beheersovereenkomst werd teruggegrepen naar het strategisch plan dat in 2002 door de raad van bestuur was vastgelegd. SYNTRA Vlaanderen en de SYNTRA zouden draaischijf worden die door vorming en opleiding het kwalitatief ondernemerschap in Vlaanderen bevordert en optimaliseert. Het agentschap diende de rol van overheidsactor waar te nemen, van draaischijf die samen met de SYNTRA opleidde tot meer en beter ondernemen. Bovendien diende het agentschap uit te groeien tot de volwaardige en gerespecteerde regisseur van 'leren ondernemen'. De topprioriteit van de toenmalige Vlaamse regering was 'meer ondernemen, meer werkgelegenheid'. Beide - meer ondernemen en meer werkgelegenheid - zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De ondernemer creëert niet alleen zijn/haar werkgelegenheid, maar zorgt meestal voor een multiplicatoreffect via de aanwerving van personeelsleden. 'Meer ondernemen' vereist echter meer dan stimulerende maatregelen en middelen. Het vereist vooral een mentaliteit die openstaat voor ondernemerschap en die de ondernemingsgeest weet te waarderen en aanzwengelt. Als regisseur van 'leren ondernemen' heeft het agentschap via Competento en het actieplan "ondernemend onderwijs" ondernemingszin en ondernemende competenties verder gestimuleerd binnen het reguliere onderwijs.

Daarnaast werd ook het doel- en kansengroepenbeleid een speerpunt via de doelstellingen van het Meerbanenplan. Er bleef (en blijft) heel wat ondernemerspotentieel liggen. Dit geldt globaal voor Vlaanderen, maar ook voor bepaalde groepen in het bijzonder. Deze 'kansen'groepen zijn ondervertegenwoordigd in de ondernemersvorming. Het SYNTRA-netwerk kreeg bijgevolg de opdracht extra inspanningen te doen om deze groepen te bereiken en eventuele drempels te verlagen.

De beleidsnota Onderwijs en Vorming 2004-2009 voorzag in een optimalisering van deeltijdse leersystemen (Leertijd, Deeltijdse Vorming en DBSO) voor jongeren. Er werd gepleit voor een voltijds engagement, voor een volwaardige kwalificatie, voor een afstemming onder de dire leersystemen en een gepast leertraject voor iedere jongere. De opdracht voor het Vlaamse Agentschap voor Ondernemersvorming bestond erin om de leertijd een duidelijke positionering te geven met een focus op (potentieel) arbeidsrijpe jongeren.

2011: Tweede beheersovereenkomst 2011-2015

Gedreven samenwerken voor een duurzaam en versterkt ondernemerschap

Inhoudelijk draait de lopende beheersovereenkomst rond vier strategische doelstellingen, geruggesteund door twee strategische projecten. Verder zijn er op aangeven van de Vlaamse Regering twee generieke doelstellingen opgenomen: het verhogen van de maturiteit en het realiseren van meetbare efficiëntiewinsten. 

Het optreden van SYNTRA Vlaanderen als performant instrument is de eerste strategische doelstelling. Aandachtspunten daarbij zijn de inspiratie en de ondersteuning van het beleid, het opereren als een voorbeeldige overheid en het werken in bondgenootschap met de SYNTRA. De parameter van deze doelstelling is heel eenvoudig de mate van tevredenheid bij het Departement, de SYNTRA en de medewerkers van het agentschap.

De tweede doelstelling vat zowel SYNTRA Vlaanderen als de SYNTRA en wil de rol als draaischijf ondernemersvorming versterken. Resoluut wordt ingezet op innovatie en ontwikkeling, effectiviteit en klantentevredenheid. Vooral innovatie en ontwikkeling krijgen ruime aandacht, in zoverre dat er bij de financiering van de SYNTRA ruimte voor moet gemaakt worden.

In opvolging van deze strategische doelstelling situeert zich een eerste strategisch project: het ontwikkelen van een nieuwe regelgeving, nomenclatuur en subsidiëring van de dienstverlening van de SYNTRA. Heel concreet houdt dit in dat tegen midden 2012 het decreet en tal van uitvoeringsbesluiten moeten herzien zijn en afgestemd op enerzijds de geformuleerde doelstellingen en anderzijds de Europese regelgeving.

Zo komen we bij de derde doelstelling, die wil dat SYNTRA Vlaanderen zich ontpopt als een voldragen regisseur, die ten volle de rol en de verantwoordelijkheid opneemt als stimulerende, sturende en toezichthoudende overheid ten aanzien van de partners waarmede het samenwerkt.

De drie omschrijvende begrippen hebben elk hun belang: stimulerensturen en toezicht houden. In het verlengde van deze doelstelling ligt het tweede project, met name de ontwikkeling en organisatie van een regie binnen het agentschap.

De laatste functionele strategische doelstelling betreft een vernieuw(en)de leertijd. Gezamenlijk ijveren SYNTRA Vlaanderen en de SYNTRA voor een verhoogde instroom en een verhoogde gekwalificeerde uitstroom, en dat via een toekomst- en (arbeids)marktgericht leertijdaanbod. Aan ambitie ontbreekt het geenszins. Zowel aan de instroomzijde als wat betreft de gekwalificeerde uitstroom wordt jaarlijks een stijging met 1% vooropgesteld.

Behoudens deze vier functionele strategische doelstellingen legde de Vlaamse regering aan alle entiteiten twee bijkomende horizontale doelstellingen op. De verhoging van de maturiteit wil SYNTRA Vlaanderen bewerkstelligen via een doorzetting van het actieplan dat voortspruit uit de aanbevelingen van IAVA en de kwaliteitsaudit van ESF. Verder blijft het agentschap ijveren voor de uitbouw van een geïntegreerd kwaliteitsbeleid en een integriteitmanagement binnen het netwerk.

Om meetbare efficiëntiewinsten te realiseren moet SYNTRA Vlaanderen zich overeenkomstig de beslissing van de Vlaamse regering engageren om het reëel aantal medewerkers (in VTE) maximaal gelijk te houden en bij voorkeur te verlagen ten opzichte van het reëel aantal medewerkers op het moment van het ingaan van het Vlaams Regeerakkoord. Andere efficiëntiewinsten worden nagestreefd via een verduurzaming van de interne werking en de ondersteuning van de SYNTRA bij het optimaliseren van hun onderlinge samenwerking.

2015: nieuw stelsel van duaal leren

In 2015 koos de Vlaamse regering resoluut om een nieuw stelsel van duaal leren te ontwikkelen, als kwaliteitsvol en volwaardig alternatief naast de bestaande ‘klassieke’ onderwijsstelsels.

In duaal leren verwerven leerlingen het grootste deel van hun opleiding (60% of meer) via de werkvloer en daarnaast via school (bijvoorbeeld een centrum voor deeltijds onderwijs of een Syntra-lesplaats). Om er een succes van te maken, moet elke jongere in een duale opleiding terecht kunnen op een kwaliteitsvolle leerwerkplek. De werkgever is dan ook een onmisbare schakel. Door het aanbieden van een werkplek in een bedrijf, onderneming of organisatie worden jongeren geholpen om hun opleiding in het secundair onderwijs te vervolmaken. Bovendien worden ze optimaal voorbereid op de arbeidsmarkt.

Wat is nu de rol van SYNTRA Vlaanderen in het verhaal van duaal leren?

SYNTRA Vlaanderen treedt op als neutrale regisseur van de werkcomponent en moet de verschillende partners en partijen in dit veld faciliteren en ondersteunen. De doelstelling is om te voorzien in kwaliteitsvolle en duurzame werkplekken.

Als werkregisseur moet SYNTRA Vlaanderen samen met de diverse belanghebbenden helpen het aantal kwalitatieve werkplekken te vergroten. Als regisseur moet SYNTRA Vlaanderen vooral een aantrekkelijk(er) kader scheppen zodat meer bedrijven en sectoren zich engageren in dit nieuwe verhaal. SYNTRA Vlaanderen neemt als ‘regie van de regieën’ uiteraard de lokale of regionale regieën niet over. Het is de rol van SYNTRA Vlaanderen om goede praktijken aan de oppervlakte te brengen zodanig dat deze kunnen uitdeinen. Binnen de regie wil SYNTRA Vlaanderen ook fungeren als een go-between naar het beleid. De regisseur kan ervoor zorgen dat er binnen het nieuwe stelsel voortdurend geleerd en verbeterd kan worden. Op die manier zal het systeem wendbaar zijn richting toekomst.

Om deze opdracht succesvol in te vullen, wordt er gewerkt op de vijf onderstaande domeinen:

  • Aanbod van werkplekken kwantitatief en kwalitatief versterken.
  • SYNTRA Vlaanderen gaat partnerschappen aan met bedrijven, sectoren, interprofessionelen en sociale partners.
  • De regisseur wil ook de ‘kwaliteit borgen’ van de werkplekken door o.a. gepaste criteria te definiëren en uit te werken.
  • De regisseur wil een toekomst-radar zijn voor het nieuwe duaal en houdt de vinger aan de pols i.k.v. nieuwe ontwikkelingen.
  • De regisseur wil mee het beleid vormgeven.